De feesten des HEEREN

Het kerkelijk jaar kent feesten als Kerstfeest, Goede Vrijdag, Pasen, Hemelvaart en Pinksteren.

Deze feesten vinden we niet in de Bijbel: het is christelijke traditie.

Er is geen Bijbelse opdracht om deze feesten te vieren.

Dat geldt ook voor de zondag, de eerste dag van de week:

We vinden in de Bijbel geen opdracht om de eerste dag van de week

te vieren als de opstandingsdag resp. de dag des Heren. 

De Bijbelse feestkalender staat in Leviticus 23.

Hier vinden we de feestdagen des HEEREN:

 

1. Pesach

2. Ongezuurde broden

3. Eerstelingen

4. Wekenfeest

5. Bazuinen

6. Verzoendag

7. Loofhutten

 

Er zijn nog twee belangrijke, Bijbelse feesten te noemen:

 

8. Purim (Esther 9:20-22)

9. Chanukah (Johannes 10:22)


De tijden zijn door de HEERE bepaald:

 

Dit zijn de feestdagen van de HEERE, de heilige samenkomsten,

die u op hun vastgestelde tijd moet uitroepen.

(Leviticus 23:4)

 

Dit geldt ook voor de wekelijkse rustdag:

 

Zes dagen mag er werk verricht worden,

maar op de zevende dag is het sabbat,

een dag van volledige rust, een heilige samenkomst.

(Leviticus 23:3)

 

Dit gaat terug op de scheppingsorde, zoals beschreven in Genesis 1 en 2:

 

God zegende de zevende dag en heiligde die,

want daarop rustte Hij van al Zijn werk,

dat God schiep door het te maken.

(Genesis 2:3)

 

Vanaf het begin heeft de HEERE God de zevende dag

geheiligd = apart gezet

en gezegend = heeft Zijn zegen er mee verbonden.

Zie Exodus 20:11

 

Alleen de zevende dag heeft in de Bijbel deze bijzondere betekenis.

 

De feesten des HEEREN hebben een meervoudige betekenis:

 

1. historisch: ze wijzen terug op belangrijke geschiedkundige gebeurtenissen

2. profetisch: ze wijzen op de komst van de HERE Jezus, Zijn lijden, sterven en opstanding

en op de wederkomst van de HERE Jezus en wat daarmee samenhangt.

Ze zijn een schaduw van toekomstige dingen

terwijl de essentie van de feesten de HERE Jezus is: Colossenzen 2:17